Journalistieke fotografie: een verhaal maken
De journalistieke beelden die we meestal zien, zijn van grote evenementen en gebeurtenissen. Het lokale journalistieke nieuws wordt hierdoor meestal lichtelijk ondergesneeuwd. Dit nieuws gaat namelijk niet om rampen, protesten of groot nieuws. Maar juist deze kleine verhalen kunnen veel vertellen over een buurt, dorp of gemeenschap. Het nieuws dat een winkel sluit, dat iemand al jaren actief is als vrijwilliger, of dat een sportclub, markt of straat verandert, is inderdaad geen groot nieuws. Wel zijn het verhalen met grote impact op de mensen om deze gebeurtenissen heen, en wellicht ook op jezelf. Een klein onderwerp wordt dan ook geen wereldnieuws, maar voor de betrokken mensen en degenen die ernaar kijken, wordt het groter wanneer je er context, mensen en betekenis aan toevoegt.
Kies een klein onderwerp met een grotere laag
Wanneer je jouw onderwerp kiest, maak dit dan zo concreet mogelijk. Denk niet aan een onderwerp als de stad, het dorp of de buurt. Kies in plaats daarvan bijvoorbeeld één persoon, plek, gebeurtenis of ontwikkeling.
Achter dit kleine onderwerp zoek je naar het thema en het verhaal daarachter. Denk aan een sluitend dorpscafé. Hier kun je veel onderwerpen aan verbinden, zoals gemeenschap, leegloop of veranderende gewoonten. Of denk bijvoorbeeld aan een lokale marktkoopman, die je kunt koppelen aan traditie, ondernemerschap of het veranderende straatbeeld.
Wat voor onderwerp je ook kiest, probeer jezelf, en wellicht degene die je fotografeert, een aantal vragen te stellen over de situatie. Vraag jezelf bijvoorbeeld af wat er verandert en wie daardoor wordt geraakt. Maar ook waarom het verhaal dat je wilt vertellen juist nu belangrijk en interessant is.
Doe kort onderzoek voordat je gaat fotograferen
Voordat je ergens heen gaat en begint te werken, is het verstandig om eerst te weten wat er speelt. Wanneer je zelf in de regio woont, en al helemaal wanneer je er direct bij betrokken bent, weet je natuurlijk al meer dan gemiddeld. Toch blijft het altijd handig om een journalistiek onderzoek te beginnen. Lees bijvoorbeeld het lokale nieuws en praat met anderen over het onderwerp om alvast een beetje polshoogte te nemen en te ontdekken wat anderen ervan denken.
Wanneer je jouw onderwerp weet en ook onderzoek hebt gedaan naar wat er precies speelt, is het tijd om je hoofdrolspelers te verzamelen. Dit kan één persoon zijn of een heel elftal, dat maakt niet zoveel uit. Maar omdat jij een journalistiek verhaal wilt vertellen, moet je wel weten wie je daarvoor moet spreken en/of fotograferen.
Check ook heel goed of je toestemming hebt voordat je begint te fotograferen. Meestal heb je die nodig wanneer je dit bij een winkel, werkplaats, school, zorglocatie of op privéterrein wilt doen. Check ook van wie je die toestemming nodig hebt; dit kan namelijk ook een speler zijn in het verhaal.
Verzamel tijdens het werken aan je verhaal meer dan alleen foto's. Houd in een boekje, notitieblokje of op je telefoon alles bij wat later belangrijk kan zijn voor captions van je foto's: namen, functies, locaties en details die je opvallen.
Het werk van een schrijvend journalist begint niet wanneer die achter zijn bureau zit en begint te schrijven; het begint veel eerder. Hetzelfde geldt voor een fotojournalist: diens werk begint niet pas op locatie met de camera.
Denk bij journalistieke fotografie in een beeldverhaal, niet in losse mooie foto’s
Elke reportage, of dit nou van je buurt is of een wereldverhaal, heeft variatie nodig. Probeer daarom met een shotlist te werken. Bedenk eerst wat je nodig hebt om het verhaal te vertellen. Hier kunnen veel verschillende dingen in voorkomen, en je kunt er drie foto's van maken of dertig. Maar hier is een kort voorbeeld:
- Het openingsbeeld: waar speelt het verhaal zich af?
- Portret: om wie gaat het verhaal?
- Actiebeeld: wat gebeurt er? Waarom is het belangrijk?
- Detailbeeld: welk kleine element zegt heel veel?
- Omgevingsbeeld: hoe past dit in de buurt of plek?
- Afsluitend beeld: wat blijft hangen?
Niet elk beeld in deze reeks hoeft het beste beeld te zijn dat je ooit hebt gemaakt. Het gaat er bij elk beeld om of het zijn functie in het bredere verhaal vervult. De kracht zit hem namelijk niet in dertig spectaculaire beelden, maar in de combinatie die het sterkste verhaal vertelt.
Fotografeer mensen met aandacht en respect
Het fotograferen van mensen vraagt altijd om een goede dosis respect en aandacht. Bij lokale verhalen zijn de verhalen daarnaast vaak erg dichtbij en persoonlijk voor degene die je fotografeert. Wees daarom altijd duidelijk over wat je doet en waarom. Neem ook vooral de tijd wanneer je iemand vastlegt. Maak niet even snel een foto, maar praat ook met diegene. Mensen hebben namelijk ook een mening over de gebeurtenissen en zijn erbij betrokken; anders zou je ze niet fotograferen.
Let ook goed op de verhouding tussen jezelf als fotograaf en je onderwerp. Jij bepaalt namelijk hoe iemand wordt afgebeeld. Probeer mensen daarom niet alleen op hun meest kwetsbare, ongemakkelijke of stereotype moment vast te leggen.
Niet alleen de vermoeide winkelier bij een lege toonbank, maar juist ook het contact met vaste klanten, details van zijn zaak en de dagelijkse routine. Aan beide kanten zit namelijk een gedeelte van de waarheid; pas wanneer je beide kanten ziet, zie je het geheel.
Gebruik details en captions om het verhaal sterker te maken
Details geven textuur aan je verhaal; ze maken het concreet. Denk aan handen aan het werk, slijtage van ellebogen op de houten bar of foto's aan de muren. Details moeten alleen wel echt iets toevoegen aan het verhaal en er niet alleen zijn voor sfeermatige opvulling.
Ook captions worden binnen de journalistieke fotografie vrij veel gebruikt. En er zit een groot verschil tussen een goede en een slechte caption. Het is namelijk de bedoeling dat je feiten overbrengt, zowel in je beeld als in de taal die je gebruikt. Probeer dus geen aannames te doen over emoties of over hoe iets is. Beperk je tot wie erop staat, waar het is, wanneer het speelt en waarom het relevant is.
Dus niet: 'Een verdrietige winkelier sluit zijn winkel.'
Maar: 'Winkelier Jan Peters sluit na 22 jaar zijn groentewinkel aan de Dorpstraat. Sinds de supermarkt buiten het centrum opende, nam het aantal klanten volgens hem sterk af.'
Maak het verhaal niet groter dan het is
Maak het verhaal ten slotte niet groter dan het werkelijk is. Het is niet het doel om elke sluitende bierkeet te verheerlijken tot een groot maatschappelijk drama. Blijf dicht bij wat je ziet, hoort en kunt onderbouwen. Vermijd daarbij clichés die alleen maar nostalgie dienen: oude gevels, marktkramen en de bekende lege straten van leeglopende dorpen.
Laat ook ruimte voor wat ervoor in de plaats komt. De verandering die wellicht niet verwacht was, maar toch veel energie in de plek blaast. Geef verschillende perspectieven op hetzelfde onderwerp.
En vraag jezelf bij de selectie af: begrijpt de kijker waar dit over gaat? Zit er genoeg afwisseling in? Vertellen de beelden samen meer dan één losse foto? Zit er context in het verhaal zonder dat ik heb overdreven?
Een groot maatschappelijk verhaal begint meestal klein. Wie lokaal leert kijken, ziet sneller welke veranderingen, gewoonten en mensen een gemeenschap samenhouden en vormgeven.
